Navidad Nuestra

Navidad Nuestra

Ariel Ramírez componeerde de kerstcantate Navidad nuestra in dezelfde tijd als de Misa criolla en de partituur werd tegelijk met de Misa uitgegeven in 1965. Het werk doet muzikaal zeker niet onder voor de Misa criolla, maar wordt veel minder vaak uitgevoerd in concertzalen en op CD’s.

De eerste plaatopname werd gemaakt met het kwartet Los Fronterizos in 1964. Ramírez zelf voert met zijn ensemble vaak enkele delen van de cantate uit, maar zelden het hele stuk.

In december 2002 en 2003 werd het stuk in zijn originele Argentijnse versie uitgevoerd tijdens het benefietconcerten voor Argentinië in Amsterdam en Rotterdam en in een concert in Breda.

Bezetting
tenor
gemengd koor
klavecimbel of piano
percussie (bombo, maar ook bijvoorbeeld een bundel geitennagels)
gitaar
contrabas (vaak vervangen door basgitaar)
charango (een snaarinstrument uit de Andes)
quena (de rechte fluit van de Inca’s)
siku (de Zuid-Amerikaanse panfluit)
Navidad nuestra bestaat uit 6 delen met verschillende Argentijnse ritmes die gezamenlijk het klassieke kerstverhaal vertellen, van de aankondiging van de geboorte aan Maria door de engel Gabriel tot de vlucht naar Egypte. Tekstschrijver Félix Luna heeft ervoor gekozen de scènes te situeren in Argentinië: Jozef en Maria trekken over de Pampa’s naar Bethlehem, de herders komen uit het dorp Aimogasta in de Argentijnse provincie La Rioja.
La anunciación – De aankondiging.

De engel Gabriël kondigt Maria, deels in de taal van de Guaraní-indianen, de geboorte aan. Daarna keert hij terug naar de plaats waar God is (al pago donde se encuentra Dios ) en vertelt daar dat hij de mooiste vrouw ooit, de koningin van de wereld (la reina’el mundo), heeft aanschouwd, ‘met ogen als sterren’.
La peregrinación – De pelgrimstocht.

De tocht naar Bethlehem wordt hier gesitueerd op ‘de bevroren Pampa’s met distels en brandnetels.’ Waar moet de bloem van het veld geboren worden als er geen beschutting is? Maak plaats voor mijn Kind, dat bijna komt. Alleen een stal beschermt me’. Jozef en Maria, op weg met een verborgen God .. en niemand die het weet. Zoals bij alle huellas begint het refrein steeds met ‘a la huella’, dat ongeveer betekent ‘op pad’.
El nacimiento – De geboorte.

Een vrij traditioneel geboortelied, maar wel in het ingetogen ritme van een vidala uit de westelijke provincie Catamarca, waardoor het onmiskenbaar creools is.
Met elementen die voor Nederlanders vaak wel erg zoet Rooms aandoen. ‘Als Hij glimlacht breekt het licht door en in zijn armpjes groeit een kruis (cuando sonríe se hace la luz y en sus bracitos crece una cruz). Engelen zingen van de geboorte van de God. ‘God is geboren, het is Kerstmis (Dios ha nacido, es Navidad)’.
‘Dit is de nacht die God aan de mensheid beloofd heeft en Hij is al gekomen. Het is kerstnacht, nu geen tijd om te slapen, God is geboren, God is hier’.
Los pastores – De herders.

Een vrolijk herderslied. De schrijver situeert het tafereel in het dorpje Aimogasta in de provincie Rioja in een sfeer waarin het chayafeest in de olijfboomgaarden van deze regio gevierd wordt. Het gebruikte ritme is ook de chaya.
Nog vóór de dageraad komen de herders uit het veld, uit alle dorpen in de omgeving. De Koning der Koningen is geboren. Ze brengen kaarsjes en bloemen. ‘Laten we aan Julio Romero zijn paarden en zijn muilezel vragen, zodat we met de caja en gitaren zingend door de olijfboomgaarden kunnen gaan’. ‘Terwijl de maan van La Rioja sterft van de zin om mee te doen’.
‘Basilicum en cederhoning, tijm en laurier, dat het Kind slaapt tot de dageraad’ luidt het refrein.
Los Reyes magos – De drie koningen.

De takirari is een Indiaans ritme uit het uiterste noorden van Argentinië en Bolivia, heel ritmisch en snel (tot hoorbare ontzetting van José Carreras in zijn versie).
Het driekoningenfeest is in de Spaans/ Latijns-Amerikaanse traditie belangrijk als ‘feest voor de kinderen’, die dan, zoals bij het Nederlandse Sinterklaasfeest, geschenken krijgen en de nacht ervóór wakker liggen. ‘Melchior, Caspar en de zwarte Balthazar laten al hun geschenken achter zodat je er morgen bij het wakker worden mee kan spelen’.
Stroop en honing brengen de koningen en een witte poncho van echte alpacawol. ‘Het Kind Gods bedankte de koningen, at de honing en bedekte zich met de poncho. Daarna glimlachte Hij en al bij middernacht schitterde de zon’.
La huida – De vlucht.

Dramatisch, een aanklacht. Opvallend is dat dit deel niet zo specifiek over de vlucht naar Egypte gaat, maar over de vlucht van kinderen overal ter wereld. Het ritme is weer dat van de vidala, maar nu de vorm uit de provincie Tucumán
‘Laten we gaan! Als je je niet haast krijgen ze je te pakken. Ze staan klaar om te gaan moorden. De dolk raakt al bebloed. Haast je, ezeltje. Lief kindje, huil niet, mijn liefje! We komen al in een beter land. Ga maar slapen, huil niet. Ik maak je een wiegje in mijn armen, de bombos legüeros klinken in mijn hart’.
Bron: www.argentijnsemuziek.info

Reacties gesloten