Intervieuw met Ben van Wanrooij

Uit het klankbord jaargang 16, nummer 2, pagina 17

Door Axal Kruse

Verscholen achter de jassen onder de kapstok kijkt de 8-jarige Bennie van Wanrooij naar het handgemeen tussen broeder Eduardus en rector Fick. Het gaat om hem. Rector Fick, door het bisdom aangesteld als cantor voor de Nachtegalen, had moeder van Wanrooij voorgehouden hoe zij het zou vinden als haar Bennie solo zou gaan zingen voor de Paus in Rome. Het probleem echter was, dat Bennie als jongenssopraan al soleerde in het Knapenkoor van de St. Jan. Zoals ook in de moderne arbeidsmarkt bekend is: onder eikaars duiven schieten leidt tot grote emoties. Geen Nachtegalen dus voor Bennie, die al op zijn 7e jaar geronseld was voor het Knapenkoor. Elke dag repeteren, zaterdag Lof zingen en zondag Hoogrnis: trouw aan muziek en kerk.
Op 9-jarige leeftijd ‘gediplomeerd’: nog laat Ben van Wanrooij vol trots zijn examenresultaten zien voor 1e cantor: vlot zingen in alle Gregoriaanse sleutels, moeilijke Gregoriaanse stukken zelf instuderen en voordragen en zingen in alle toonladders.

Ben werd geboren in 1941 in de Prins Frederikstraat en groeide op in een arbeidersmilieu. Zijn vader werkte bij de ijzergieterij en moest een gezin van 6 kinderen onderhouden. “En mijn moeder kon mooi zingen”, voegt hij er aan toe. Geen vetpot en geen geld voor de muzikale aspiraties van de opgroeiende Bennie. Muzikaliteit die al in de genen van zijn familie rondzwierf. Hij is een kleinkind van “De Nijs”, die met draaiorgels de kermissen langsliep en een dansorgel in De Kanonnier had staan. Maar waar “De Nijs” het wufte van de wereldse muziek en de horeca verkoos, werd Bennie van jongs af aan geboeid door de kerkelijke en klassieke muziek. Tot op heden.
Met gedrevenheid en passie. Bij het breken van zijn stem, zoals bij jongens in de puberteit gebruikelijk is, verwisselde hij het zingen voor pianospelen. In het gezin van Wanrooij was geen geld voor een piano, dus oefende hij op de piano thuis bij de baas van zijn vader, elke dag. Uiteindelijk kreeg hij op zijn 17e verjaardag zijn eigen derdehands piano, een opknappertje.

Het denken over de toekomst wordt sterk beïnvloed door het milieu waarin je bent opgegroeid. Het is de verklaring van Ben zelf waarom hij de MULO volgde en later de Kweekschool. “De HBS was voor de kinderen van zakenlui en rijkere komaf. En voor een arbeiderskind was onderwijzer het hoogst bereikbare beroep met status.” De keuze voor het Conservatorium is wellicht een gevolg van de arrogantie van zijn toenmalige muziekdocent op de Kweekschool, die Ben voorhield dat hij dat zeker niet zou kunnen. Geprikkeld door zijn gedrevenheid en ambitie slaagde Ben dus later met vlag en wimpel voor het Conservatorium. Naast zijn baan als onderwijzer, die hij inmiddels op de Hertog Jan School in de Brabantlaan uitoefende in gezelschap van een jonge Jan de Ridder.

Praten met Ben van Wanrooij is praten over onderwijzen in muziek en over zijn niet aflatende gedrevenheid, bijvoorbeeld om op 35-jarige leeftijd orkestdirectie te gaan studeren. Over zijn beginjaren met meerdere deelbanen overdag, om daarna ’s avonds zich vol overgave te storten in tijdrovende muziekprojecten. Over de klassieke onderwijzerstrots: de leerlingen die hij heeft gehad, welke zich nu zowel in Oosterhout als daarbuiten tot muzikale fenomenen ontwikkelden. Sneller dan ik het kon bijhouden volgden projecten en namen. Zoals bijvoorbeeld de glorietijd van het Interparochieel Jongerenkoor, een initiatief van Joep Huiskamp met de nog jeugdige Toon Oornen (nu H19), Pauline Ongering (nu Accolade) en Leon Schenkels (nu Chordanova). Hij kan het niet nalaten om de elpee op te zetten, waarbij hij weer in vervoering meezwaait met zijn hand, tussen de krassen en de tikken van de geluidsdrager door. Of recentelijk de projecten met het Oosterheidekoor: Stabat Mater en Nabucco, grote projector met het Tilburgs Symfonie Orkest dat hij vroeger 10 jaar heeft gedirigeerd. En grote Oosterhoutse solisten als Esther Linssen, Leo Geerts en Annet van den Hout.
En natuurlijk gaat de CD-speler aan: dezelfde vervoering, dezelfde handbeweging.

Zo’n leven eist zijn tol; een hartinfarct dwong hem op 49-jarige leeftijd gas terug te nemen. “Alhoewel ik voor mijn gevoel nooit ben weggeweest”, zegt hij op besliste toon. “Je moet vooruit, het is niet te vermijden.” Voorbeelden van grote componisten en, die inspiratie putten uit grote tegenslagen in hun leven. “Muziek gaat altijd over de mens.” “Muziek verandert zoveel in een mens ten goede. In de muziek wordt je geheugen beloond. En in rythme vind je psychische rust.” Het klinkt nog steeds op docerende toon.
Mijn blik dwaalt af en blijft rusten op een hoek in de voorkamer. Daar staat een oude bandrecorder, een echte Revox, de ‘Mercedes’ onder de bandrecorders, voor de man die verstand heeft van geluid.
“Ik ben een open boek voor iedereen”, legt hij uit. “Open bladmuziek zul je bedoelen”, denk ik stiekem.
De redactie van het klankbord kreeg het boekje ‘verhalen van dichtbij onder ogen. Deze ‘Oosterhoutse vertellingen,’ geschreven door leden van het Oosterhouts Schrijvers Collectief (OSCO), zijn in eigen beheer uilgegeven door Cires, t.g. v. het 40-jarig bestaan als Woningbouwstichting Oosterhout. In het boekje troffen we een verhaal aan over Ben van Wanrooij, geschreven door Axel Kruse. Het leek ons aardig dit in het Klankbord op te nemen. Door OSCO werd ons toestemming verleend om het verhaal integraal te plaatsen. Bij een bezoekje dat de redactie daartoe bracht aan de scribent van het verhaal, vertelde deze ons dat er ook een interviewversie bestaat. ” Wellicht is die versie interessanter voor jullie blad ” meende Axel Kruse.

En zo geschiedde. Met toestemming van OSCO en goedvinden van Ben is dit intervieuw opgenomen.

Reacties gesloten